Stotteren

Iedereen struikelt weleens over zijn woorden. Peuters en kleuters, waarbij de taal-/spraakontwikkeling in volle gang is, hebben soms een periode waarin ze ‘stotteren’.

Spreken is een complexe vaardigheid. Gedachten, ideeën of gevoelens moeten omgezet worden in taal (woorden en zinnen). Deze taal wordt omgezet in spraakbewegingen en vervolgens moeten alle spieren (meer dan 100), die bij spreken nodig zijn, de goede bewegingen maken (met precies de juiste snelheid en kracht, en precies op het goede moment). Het is begrijpelijk dat dit voor jonge kinderen moeilijk kan zijn.Bij bezorgdheid over stotteren kan de Screening Lijst Stotteren ingevuld worden. Een interactieve vragenlijst over het stotteren, waarbij een advies gegeven wordt.

Adviezen

  • Neem de tijd om naar uw kind te luisteren.
  • Zorg ervoor dat uw kind volledig kan uitspreken.
  • Reageer op wat uw kind zegt en niet op hoe uw kind iets zegt. Houd oogcontact, zelfs als uw kind stottert.
  • Spreek zelf in een rustig tempo.
  • Geef geen spreekadviezen, zoals “praat maar langzaam” of “haal eens diep adem”.
  • Als uw kind vlug iets wil vertellen en door het enthousiasme over woorden struikelt, help uw kind dan met een vraag of inleidend zinnetje.

Weetjes

  • Bij 5% van alle kinderen komt stotteren voor
  • Bij 80% van deze kinderen herstelt dit spontaan
  • 1% van alle volwassenen stottert
  • Als één van de ouders stottert, is er 25% meer kans dat het kind gaat stotteren
  • Stotteren komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes (verhouding 3:1)